Fabrikanten zijn momenteel als een dolle bezig om (deels) elektrische voertuigen op de markt te brengen.
Dat is hard nodig, want vanaf 2021 mag de gemiddelde CO2-uitstoot van in alle Europa geleverde nieuwe auto’s per fabrikant gemiddeld niet meer dan 95 gram per kilometer bedragen. Deze norm is op zichzelf niet nieuw, maar in 2020 gold er nog een overgangsregeling. De uitstootnorm gold toen alleen voor de zuinigste 95 procent van het gamma van een fabrikant. In 2021 moet de volledige modellenreeks aan deze norm voldoen. Wanneer een fabrikant niet voldoet aan het gemiddelde volgt een zware boete. Voor elke gram erboven moet dan € 95 per nieuw verkochte auto overgemaakt worden naar de Europese Unie. Stel: alle modellen van Renault bij elkaar stoten gemiddeld 110 gram in plaats van 95 gram uit, dan moet het merk € 1.425 betalen voor elke nieuwe auto die wordt afgeleverd. Dat loopt snel in de papieren. Overigens is de doelstelling gewichtsafhankelijk. Producenten die zwaardere auto’s maken, zoals Land Rover, mogen gemiddeld ook meer uitstoten. Daarnaast is er een web aan compensaties dat fabrikanten beloont voor auto’s met innovatieve technologieën. Deze ‘emissiekredieten’ kunnen de gemiddelde uitstoot met maximaal zeven gram per kilometer compenseren. Zo heeft Volkswagen dankzij MG een CO2-buffer kunnen opbouwen. Doordat Volkswagen samenwerkt met SAIC, het moederbedrijf van MG, vallen ze in dezelfde ‘CO2-poule’. MG focust zich nu op elektrische auto’s, wat de gemiddelde CO2-uitstoot van Volkswagen stevig reduceert.



